‘S ochtens
Het alarmklokje van mijn mobiel gaat af, ik stap uit me bed. Loop door een lange gang naar de keuken, in de keuken vind ik de jongen die in de kamer naast me woont. Hij kijkt me vriendelijk aan en wenst me goeie morgen. Op de keukentafel ligt de krant, mijn krant. Al ben ik 1 van de weinige die hem leest. Ik had moeten weten dat er geen plaats meer was voor een nieuwe krant, er waren al zoveel kranten en lezers zijn moeilijk over te halen een andere krant te gaan lezen. Eenmaal ontbeten wandel ik naar mijn auto, die ouderwetse roestbak. Was nog met wielen en reed op benzine, het leek wel eeuwen geleden dat deze auto normaal was. Ik stapte in de auto en reed krakend op weg naar me werk…
Nog geen reacties.